Jaarverslag Beheer Advies Commissie

De Beheer Advies Commissie adviseert de directie gevraagd en ongevraagd over beleidsnota’s, beheervisies, evaluaties en over ingrijpende projecten en restauraties. Daarnaast biedt de commissie toegang tot een omvangrijk wetenschappelijk netwerk en levert informatie over onderzoek en publicaties die voor het werk van GLK relevant kan zijn. De commissie komt daartoe jaarlijks een aantal malen in vergadering bijeen, waaraan meestal ook een terreinbezoek is gekoppeld. Over meer specialistische zaken is er ook bilateraal contact tussen de individuele leden en GLK.

De Beheer Advies Commissie (BAC) kwam in 2018 drie keer bijeen.

In februari werd vergaderd in Boerderij de Molen op landgoed Staverden. Tijdens deze vergadering stonden de beheervisies en evaluaties, de kwaliteitsimpuls groen erfgoed en de kadernota faunavisie op de agenda. De vergadering werd gevolgd door een excursie over het landgoed Staverden met als thema ‘Fauna en faunabeheer’.

De beheervisies en evaluaties worden door de BAC-leden gelezen en van commentaar en advies voorzien. De BAC gaat net als vorig jaar akkoord met het toezenden van alle beheervisies voor (facultatief) commentaar. Opgemerkt wordt dat er een aantal wetenschapsterreinen zijn, als archeologie, landschap en aardkundige waarden, waarover de BAC wel kan meedenken, maar waarvan de expertise binnen de BAC ontbreekt.

De BAC oordeelt dat goed wordt geïnventariseerd maar dat de vertaling naar het beheer in de beheervisie niet duidelijk aan de orde komt. Hoewel deze vertaling deel uit maakt van een maatregelenplan kan in de beheervisies wat meer aandacht worden gegeven aan het geplande beheer.
De BAC adviseert om in de visies meer ambitie te tonen bij het robuuster maken van de terreinen door uitbreiding, verbinding met andere terreinen, samenwerking met buren en regionale inpassing. Het GLK zal, waar relevant, in de beschrijving van een terrein ingegaan op de relatie met buurterreinen en dit onderwerp zal ook nadrukkelijker aandacht krijgen in het hoofdstuk visie en doelstelling.

Bij de Kwaliteitsimpuls Groen Erfgoed richten de cultuurhistorische analyses zich met name op historische buitenplaatsen en andere terreinen met een nadrukkelijk ontworpen aanleg. Deze analyses en ook de waardestelling worden volgens de richtlijn Tuinhistorisch Onderzoek uitgevoerd. De BAC stelt voor om op sommige plekken waar GLK met name het huidige beheer wil continueren, te volstaan met een verkenning zonder meteen een volledige analyse en waardestelling te laten doen.

In verband met een herziening van de Faunavisie uit 2008 werd de BAC gevraagd om advies te geven op de Kadernota Faunavisie waarin een voorstel wordt gedaan voor een afbakening van de nieuwe Faunavisie. De oude visie richt zich te eenzijdig op wild en is op een aantal punten te weinig concreet geformuleerd. De BAC is het eens met een visie waarbij breder wordt gekeken dan alleen jacht, terreinen worden gezien als ecosystemen waarin de fauna een wezenlijke rol heeft en aandacht is voor mogelijke herintroductie van predatoren en de functie van deze dieren binnen het ecosysteem. De BAC adviseert om dwarsverbanden te leggen met andere visies zoals de bosvisie. In de visie moet aandacht worden gegeven aan de tegenstelling tussen de aanpak van GLK en die van grote terreinbeheerders en aan de relatie met aangrenzende buren/Duitsland.

De vergadering wordt gevolgd door een excursie op Landgoed Staverden met als thema ‘Fauna en faunabeheer’. De invloed van het aantal herten en zwijnen op bosverjonging en schade aan boerenbedrijven en de noodzaak van en praktische problemen bij faunabeheer worden tijdens de excursie getoond en besproken.

Voornaamste onderwerp tijdens de meivergadering is de evaluatie van het functioneren van de BAC. Andere onderwerpen zijn het mountainbiken in terreinen van het GLK en mogelijke agendaonderwerpen voor toekomstige vergaderingen.

De leden van de BAC wordt verzocht persoonlijk aan te geven met welke verwachtingen men in de BAC is gekomen, wat men vindt van het functioneren van de BAC en van de eigen rol daarin. Er volgen zeer uiteenlopende reacties. Terwijl de een vooral dicht bij de praktijk van het beheer wil blijven, wil de ander vooral meer beschouwende generaliserende onderwerpen aankaarten. Er is een nadrukkelijk pleidooi om niet alleen al lopende en dichtgetimmerde onderwerpen, waarvan de adviesfase al voorbij is, op de agenda te zetten maar de BAC-leden in een vroeg stadium bij de onderwerpen te betrekken. De voorzitter benadrukt dat de BAC-leden ook een eigen verantwoordelijkheid hebben en dat persoonlijke reacties en adviezen altijd welkom zijn.
Terwijl een aantal leden vinden dat er onvoldoende beroep wordt gedaan op hun inhoudelijke kennis, zijn andere leden tevreden over de adviezen die zij kunnen geven. Er is een pleidooi voor meer vergadertijd, eventueel ten koste van de excursies. Excursies moeten worden gevolgd door een duidelijke discussie over het onderwerp waarvoor de excursie bedoeld was. Enkele leden zijn positief over de breedte van de BAC en de diversiteit aan onderwerpen.

Het GLK ervaart een hele duidelijke meerwaarde van de BAC en onderstreept het belang van de breedte en de onafhankelijkheid van de commissie. Aan de BAC zijn stukken voorgelegd die variëren van beleid tot operationeel advies, conform het statutaire doel van de BAC. Daarnaast is de BAC volledig meegenomen in de verandering van de kwaliteitscyclus van het beheer.

Het GLK vindt het belangrijk om samen met de BAC in een eerder stadium te werken aan meer praktische adviesvragen. Doordat de context waarin GLK opereert is gewijzigd, zijn de adviesvragen de afgelopen jaren inderdaad veranderd.

Stukken worden in de beginfase als een soort kapstok aan de BAC voorgelegd en komt later in een vergevorderd stadium weer in de BAC terug, waarbij discussie en commentaar nog steeds mogelijk is. Op deze manier is een kwaliteitsslag gemaakt in de beheervisies en de cultuurhistorische analyses en waardestelling van gebieden.

Bij de bespreking van de samenstelling van de BAC wordt opgemerkt dat expertise op het gebied van hydrologie en bouwhistorie/bouwkunde wordt gemist.

Voor toekomstige vergaderingen zijn de volgende agendaonderwerpen genoemd:

  • Faunavisie: betreft een vervolg op de eerder geagendeerde kadernota over fauna.
  • Verdiepingsslag Landbouw: plan van aanpak
  • Verkenning strategische samenwerking musea & collecties met andere instellingen, en in het bijzonder ook opleidingen (mbo/hbo/wo)
  • Bodemwaarden en bodemarchief

Een concept-standpunt over mountainbiken op de terreinen van GLK wordt besproken. Dit concept-standpunt is geformuleerd na advisering door Patrick Jansen (deskundig op het gebied van bosbeheer en mountainbiken) over hoe GLK, in haar terreinen, binnen haar doelstellingen, mountainbiken kan toestaan.

De BAC vraagt hoe rekening kan worden gehouden met conflicten tussen de verschillende groepen gebruikers en heeft ook vragen over de haalbaarheid van het standpunt. In hoeverre is er sprake van een glijdende schaal en in hoeverre kan worden verwacht dat de wensen van mountainbikers steeds verder zullen gaan, bijvoorbeeld elektrisch mountainbiken, uitdagendere routes, verzoeken van crossers.

GLK ambieert een gezamenlijk en tolerant gebruik van het terrein. GLK wil daar waar mogelijk zogeheten single tracks aanbieden, juist om gebruikersgroepen te kunnen scheiden. Daarmee wordt het ook haalbaarder om op plekken waar je het MTB-en juist niet wilt, de druk te verlagen (waarbij het een illusie is dat je het gebruik op die plekken helemaal tegengaat). Voor wat betreft gemotoriseerde varianten houdt GLK voorlopig de bestaande recreatienota aan, waarin staat dat alle gemotoriseerd verkeer uit de gebieden geweerd wordt.

De BAC vindt het belangrijk dat de tolerantie tussen gebruikersgroepen nog meer benadrukt wordt.
Aansluitend aan de vergadering leidt conservator Jorien Jas de BAC rond langs de tentoonstelling ‘Hoog bezoek!’, die in samenwerking met Het Loo tot stand is gekomen.

Onderwerpen van de oktobervergadering waren de extreme droogte van de afgelopen zomer, de klimaatstrategie betreffende de musea en collecties van het GLK en het voorstel voor verbetering van het functioneren van de BAC.

De droogte werd besproken aan de hand van een overzicht van de effecten van de droogte in de afgelopen zomer en de maatregelen die GLK wel en niet heeft genomen.

De inzichten veranderen nog voortdurend: in tegenstelling tot wat in het overzichtstaat, is de zaad- en vruchtzetting enorm. Een aantal natte terreinen, waaronder Wisselse Veen, bleven ook tijdens de droogte relatief nat. Die doorstaan dus vooralsnog deze ‘stress-test’.

Waterschappen hebben goede maatregelen genomen, in sommige gevallen wel op een laat moment. Vanuit de waterschappen komen ook veel positieve geluiden over het vasthouden van water en hogere peilen, maar het is afwachten in hoeverre dit ook daadwerkelijk verder ingevuld wordt.

De BAC vraagt zich af of bij elke extreme situatie moet worden ingegrepen. Het streven op de lange termijn moet zijn herstel van een natuurlijk systeem en streven naar meer robuuste natuurgebieden.
Zolang extreme vernatting ‘gecompenseerd’ wordt door extreme droogte, kan dit netto een positief effect hebben op bepaalde vegetaties, planten en dieren.

De snelle klimaatverandering maakt noodzakelijk dat er maatregelen worden getroffen om natuurgebieden meer klimaatbestendig te maken.

Het beeld is in het algemeen dat de klimaatstrategie van GLK op dit moment volstaat. Het streven naar robuuste systemen en herstel van natuurlijke systemen (zoals hydrologie) wordt uitgewerkt in de beheervisies.

Conservator Marieke Knuijt licht de klimaatstrategie Musea en Collectie GLK toe. Vanuit de BAC wordt opgemerkt dat veel onderdelen van de strategie overeenkomen met de werkwijze op Het Loo. Bij buitenlandse bruiklenen gelden vaak nog strengere eisen voor klimaatbeheersing dan in de voorliggende notitie worden benoemd. Er moet ook aandacht zijn voor een nadere uitwerking naar verschillende soorten binnenklimaat en aan collecties van huizen die door derden bewoond of gebruikt worden. De meerderheid van de BAC prijst de volledigheid en de leesbaarheid van het stuk.

Naar aanleiding van de punten uit het voorstel van GLK met betrekking tot de werkwijze van de BAC wordt overeengekomen om in de vergadering meer tijd te reserveren voor discussie, de excursies duidelijker af te sluiten met een slotdiscussie, inhoudelijke stukken eerder in het proces op de agenda te zetten, beleidsnota’s voortaan altijd eerst als starnotitie in de BAC te agenderen en de expertise van BAC-leden bij concrete praktijkadviezen te benutten. De BAC zal ook zelf inhoudelijke discussiepunten agenderen.

BAC-leden waren en zijn betrokken bij het evalueren van het lopende terreinbeheer en bij het opstellen van nieuwe beheervisies. In 2018 was de BAC aanwezig bij de visiebijeenkomsten voor Wekeromse Zand en Bruggelen. Daarnaast heeft de BAC ook meegelezen met de visieteksten voor Hattemerpoort, Bruggelen en Heerlijkheid Beek. In 2019 zal de BAC weer betrokken worden bij de het opstellen van nieuwe beheervisies en het uitvoeren van evaluaties.

Vanuit de Commissie is verder aandacht gevraagd voor recent verschenen publicaties en symposia die voor GLK relevant kunnen zijn zoals:

  • Kees Canters schreef een opinieartikel in Lutra over het doorgeslagen monitoren van diverse soortgroepen. ‘Meten is weten? De techniek, de overheid en het doorgeslagen tellen voorbij.’ Het artikel is een pleidooi om niet alleen te meten, maar om ook zorg te dragen voor een uitwerking van de gegevens gevolgd door een goede interpretatie.
  • Luuk Keunen meldt het verschijnen van een nieuwe cultuurhistorische atlas Winterswijk die geïntegreerd wordt met het gemeentelijk landschapsbeleid. Deze atlas komt via een GIS-viewer beschikbaar. Hetzelfde geldt voor de waardenkaarten voor de gemeenten Lochem en Epe.
    Ook in de gemeente West-Betuwe (Geldermalsen, Neerrijnen, Lingewaal) worden landschap en cultuurhistorie geïntegreerd. Hij werkt nu aan cultuurhistorische waardenkaart voor gemeente Zutphen. In Kleve is een brochure verschenen over de visie op het beheer van de diverse parken in Kleve, inclusief een uitgebreider boekje.
  • Nico Willemse schreef een artikel in De Levende Natuur over stuifzandontwikkeling en de prehistorische boer. Hij publiceerde ook boekje over aardkundige waarden in Winterswijk. Hij beveelt het boek van Frans de Waal (‘Zijn wij wel slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn?) en het boek van David Reich (‘Who we are and how we got here. Ancient DNA and the new science of the human past.’) warm aan.
  • Dhr. Louwe Kooijmans laat weten dat door middel van nieuwe herkenningstechnieken, die kunnen worden toegepast op het AHN, veel meer archeologische en aardkundige elementen kunnen worden gedetecteerd. Voor de Veluwe zijn op deze manier 2x zoveel grafheuvels gedetecteerd dan eerder verondersteld.
  • Dhr. De Haan: Op Het Loo is men bezig met een boek over de verschillende fases in de tuin- en landschapsarchitectuur die te onderscheiden waren/zijn in de tuinen van Het Loo. Het boek verschijnt waarschijnlijk in 2021. Het Loo rondt op dit moment haar omgevingsvisie af (i.s.m. Bureau Copijn). Het gaat o.a. om de afstemming tussen tuin en park (in beheer bij Kroondomein), de relatie met de stad Apeldoorn, de parkeerproblematiek, laanonderhoud, draagvlak onder bezoekers.
  • Dhr. Roelofs werkt eveneens aan een boek waarin zijn evaluatie van de waterkwaliteitsontwikkelingen in de afgelopen 40 jaar beschreven wordt. Het eerdere onderzoek liet vooral de problematiek van ammoniak en zure regen zien. Nu is de situatie compleet anders. De waterkwaliteit en daarmee de aquatische vegetaties zijn enorm verbeterd. Restauratieprojecten en gericht beheer hebben hun vruchten afgeworpen. De verbeterde kwaliteit van de Rijn werkt door in de kwaliteit van de Rijkswateren. Keerzijde is dat er op vele plekken waterplanten zijn gaan woekeren waardoor de beheerlasten zijn toegenomen. De intensieve landbouw is een grote zorg. Sloten in het agrarisch gebied zijn nagenoeg onbegroeid. Gebieden zijn maximaal gedraineerd, met alle gevolgen van dien. Hij is vooralsnog pessimistisch over de mogelijkheid van herstel.
  • Dhr. Mohren meldt dat een breed consortium, vanuit de afspraken in het klimaatakkoord, werkt aan de invulling van ‘klimaat-slim’ bosbeheer. Verder zijn er nieuwe opbrengsttabellen voor de bosbouw gepubliceerd (voornamelijk werk van Hans Jansen). Een promovendus doet onderzoek naar begrazing door grote hoefdieren, dit levert interessante inzichten op. Hij stuurt het onderzoek toe aan dhr. Meeuwissen.
  • Dhr. Sýkora wijst op een boeiend artikel over de wolf in de NRC. De veldgids plantengemeenschappen wordt geactualiseerd. Verder is een biografie verschenen van Victor Westhoff (auteur F. Saris). Een interessant boek, vooral ook omdat het een goed inzicht geeft in de geschiedenis van natuurbescherming na de Tweede Wereldoorlog en de strijd tegen de natuurverwoesting in Nederland.
  • Dhr. Van Immerseel voert in opdracht van GLK een cultuurhistorische analyse uit voor de landgoederen Vorden en Kieftskamp. Dit levert veel boeiende inzichten op. Voor Rijksvastgoedbedrijf wordt onderzoek gedaan op de Kruisberg (Doetinchem). Er wordt nadrukkelijk een verbinding gelegd tussen groene en rode disciplines.

Samenstelling van de Beheer Advies Commissie

Tijdens de oktobervergadering is afscheid genomen van de leden ir. A. (Ank) Bleeker, prof. dr. ir. G.M.J. (Frits) Mohren en prof. dr. L.P. (Leendert) Louwe Kooijmans

De commissie bestaat nu uit de volgende leden:

  • prof. dr. K.V. (Karlè) Sýkora (voorzitter), emeritus hoogleraar aan de Universiteit Wageningen, leerstoelgroep Natuurbeheer en Plantenecologie, vegetatie-ecoloog met veel natuurbeheergericht onderzoek in een breed scala van habitats, lid van de Duin Advies Raad, vicevoorzitter van de werkgroep Duurzaam Landgebruik en Biodiversiteit (D66), oud-vicevoorzitter van het OBN-deskundigenteam rivierlandschap (OBN=Ontwikkeling en Beheer van Natuurkwaliteit), en oud-lid van de Natuurwetenschappelijke commissie van het Zuid-Hollands Landschap
  • dr. K.J. (Kees) Canters, bioloog / milieukundige; o.a. onderzoek naar nevenwerking bestrijdingsmiddelen, natuureffecten wegen & verkeer en mitigatie & compensatie natuurschade, groene planvorming, duurzaam bouwen; zoogdierenman, oud-lid Commissie m.e.r., oud-secretaris Vereniging voor Zoogdierkunde en Zoogdierbescherming, adviseur natuur & landschap en redacteur
  • prof.dr. J.B. (Johan) de Haan, woont in Ede, hoofdconservator Paleis Het Loo, bijzonder hoogleraar toegepaste kunsten en kunstnijverheid aan de Radboud Universiteit Nijmegen, voorheen adviseur Monumenten bij het Atelier Rijksbouwmeester Den Haag
  • drs. R.H.M. (Ronald) van Immerseel, woont in Hoogland, historicus / groen erfgoedspecialist, directeur Stichting In Arcadië, auteur landelijke richtlijnen Tuinhistorisch onderzoek (2012), lid van diverse besturen op het gebied van buitenplaatsen en kastelen
  • ir. L.J. (Luuk) Keunen, historisch geograaf, senior projectleider historische geografie en coördinator cultuurhistorisch onderzoek bij RAAP. Hij heeft daarnaast o.a. zitting in de Adviescommissie Cultuurhistorie van de gemeente Winterswijk
  • prof. dr. J.G.M. (Jan) Roelofs, woont in Cuijk, voormalig hoogleraar, nu gastmedewerker aan de Radboud Universiteit Nijmegen, senior-onderzoeker bij onderzoekcentrum B-ware, hoofd van de afdeling Aquatische Ecologie en Milieubiologie, leeropdracht Biogeochemie van Wetlands, lid Wetenschappelijke advies commissie van Natuurmonumenten, Beheer Advies Commissie Limburgs Landschap, POP 3 commissie Provincie Noord Brabant, Beheer commissie Volgermeer gemeente Amsterdam
  • dr. A.H.F. (Anton) Stortelder, landschapsecoloog, senior-onderzoeker bij Alterra, o.a. lid Raad van Advies van Stichting Staring Advies
  • dr. N.W. (Nico) Willemse, woont in Brummen, kwartair geoloog / archeoloog met een specifieke belangstelling voor de relatie landschapsdynamiek, natuurontwikkeling en archeologie. In 2000 gepromoveerd op het thema ‘natuurhistorische archieven’. Teamleider ‘bureau en beleid’ bij RAAP Archeologisch Adviesbureau en werkzaam als senior-onderzoeker Fysische Geografie en Archeologie